Intelligentie en Oud Worden – Een Kwestie van Definitie


“Iedereen wil oud worden, maar niemand wil het zijn”. Een bekende spreuk die de angsten weerspiegelt die veel mensen hebben over het “oud zijn”. We denken dat we vergeetachtiger worden en minder snel kunnen leren. Ondanks deze negatieve associaties, wordt ouderdom ook met meer verstand en intellect gerelateerd. “Oud en wijs” zijn twee woorden die vaak hand in hand gaan. Het is dan niet voor niets dat binnen bedrijven en andere instanties hoge posities vaak door oudere mensen worden bekleed. Ze nemen namelijk niet alleen meer ervaring, maar ook meer wereldkennis en emotionele intelligentie met zich mee. 

Er bestaat dus veel tegenstrijdigheid in ons idee van ‘oud zijn’. Het is alsof we tegelijkertijd een stap voor- en achteruit zetten. Maar wat betekend veroudering uit een meer wetenschappelijk perspectief? Wat maakt het dat we met de leeftijd in sommige taken slechter maar in andere taken beter worden? Om onderscheid tussen de verschillende taken te maken gaan we het over twee soorten intelligentie hebben.  

Fluïde Intelligentie

Kijk eens naar het onderstaande plaatje en probeer te zeggen welke van de figuurtjes (a-e) het rijtje voortzet.


Figuur 1: Het goede antwoord op deze vraag is d). Het groene vierkantje springt met de klok mee van een hoekpunt naar het andere. Het paarse rondje zet bij elk nieuw figuur een stap tegen de klok in.

Deze vraag test uw vermogen om abstract te redeneren. In de figuurtjes moet u een patroon herkennen en vervolgens visualiseren hoe dit patroon in het nieuwe figuur voortgezet wordt. Voor het beantwoorden van deze vraag is het belangrijk om abstract te kunnen redeneren en daarvoor is een bepaalde soort intelligentie nodig, die ook wel fluïde intelligentie genoemd wordt. Fluïde intelligentie heeft niets te maken met hoeveel kennis u over een bepaald domein heeft, maar gaat erover hoe flexibel u met onbekende opdrachten zoals deze omgaat.

Uit onderzoek is gebleken dat fluïde intelligentie tot met het 20ste levensjaar stijgt en op dit tijdpunt dus ook een piek bereikt. Daarna neemt fluïde intelligentie geleidelijk af, wat verklaart dat oudere mensen over het algemeen minder goed zijn in dit soort taken. Ook andere taken waar fluïde intelligentie voor nodig is, zoals het leren van strategische spellen, zijn voor oudereren lastiger dan voor jonge mensen. Maar dit is slechts één kant van de medaille en er is een andere soort intelligentie die een grote rol speelt in hoe mensen functioneren in het dagelijks leven.

Uitgekristalliseerde Intelligentie

Misschien kent u nog wel het televisie-programma “1 tegen 100”. Bij dit programma moet een kandidaat het tegen 100 tegenspelers opnemen, door zo veel mogelijk vragen goed te bentwoorden. Een typische vraag die u in dit programma tegen kunt komen is bijvoorbeeld:

Welke Stad ligt hemelsbreed het dichtst bij Amsterdam?

A Marbella, Spanje                           B Tunis, Tunesië                C Marrakech, Marokko

Natuurlijk gaan de vragen niet alleen maar over geographie, maar ook over andere domeinen zoals geschiedenis, biologie of gezondheid. Om het in het programma goed te doen, hebben deelnemers dus vooral wereldkennis nodig en moeten ze veel feiten kennen en toepassen. Dit soort intelligentie wordt ook wel uitgekristallisserde intelligentie genoemd. In tegenstelling tot fluïde intelligentie, neemt uitgekristaliseerde intelligentie toe door de  ervaringen die we opdoen. Uiteraard is deze kennis niet alleen handig voor quiz-shows, maar ook voor allerlei andere taken die we regelmatig in het dagelijks leven tegenkomen. Denk bijvoorbeeld aan koken, klussen, geldzaken regelen, maar ook het omgaan met mensen of emoties.

Over het algemeen, bezitten oudere mensen meer uitgekristalliseerde intelligentie, wat misschien best logisch is. Tenslotte krijgen we naarmate we ouder worden meer kansen om nieuwe kennis op te doen, zij het door de opleidingen en het werk dat we doen, het lezen van boeken, kijken van films/documentaires of door meer gesprekken met verschillende soort mensen. In het lab wordt uitgekristaliseerde kennis vaak gemeten door de woordenschat van proefpersonen te testen. Dan moet iemand bijvoorbeeld het beste synoniem van een woord uit een lijst van meerdere mogelijkheden kiezen. In dit soort taken presteren ouderen dus beter dan jongeren.

“Verschuiving” van intelligentie

Omdat fluïde intelligentie met leeftijd afneemt, maar uitgekristaliseerde intelligentie juist stijgt, praten wetenschappers over een shift in intelligence (“verschuiving van intelligentie”) als we ouder worden. En eigenlijk is het best fijn dat er zo een shift bestaat. Denk bijvoorbeeld aan het hedendagse werkleven. Als een 20 jarige aan een nieuw baantje begint is het handig om met een frisse blik naar problemen te kijken en deze snel op te lossen. Immers zijn vele problemen die iemand op jonge leeftijd tegenkomt nieuwe problemen. Anders is het als iemand al meer dan 30 jaar hetzelfde werk doet; dan komt het juist van pas om goed gebruik te maken van de bestaande kennis en niet telkens het wiel opnieuw uit te vinden.Om dus terug te gaan naar het begin: ja, met oudere leeftijd gaan sommige taken wat moeizamer dan toen we jong waren. Maar laten we vooral niet de twee woorden “oud” “en wijs” vergeten die zeker bij elkaar horen.

Meer informatie

Wilt u meer leren over verschillende sorten intelligentie en hoe deze met de leeftijd ontwikkelen? Neem dan een kijkje op:
Cherry, K. (2019, December 07). Fluid vs. Crystallized Intelligence [Blog Post]. Geraadpleegd op 06 januari 2020, van https://www.verywellmind.com/fluid-intelligence-vs-crystallized-intelligence-2795004

Relevante Wetenschappelijke bronnen:
Horn, J. L., & Cattell, R. B. (1967). Age differences in fluid and crystallized intelligence. Acta
psychologica
, 26, 107-129.
Park, D. C., Polk, T. A., Mikels, J. A., Taylor, S. F., Marshuetz, C. (2001). Cerebral aging: Integration of brain and behavioral models of cognitive function. Dialogues in Clinical Neuroscience, 3, 151–165.
Park, D. C., Reuter-Lorenz, P. (2009). The adaptive brain: Aging and neurocognitive scaffolding. Annual Review of Psychology, 60, 173–196.
Spreng, R.N., Turner, G.R. (2019). The shifting architecture of cognition and brain function in older adulthood. Perspectives on Psychological Science,14(4), 523-542


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: