Het verouderende brein – Radboud Reflects lezing

Dit is een verslag van een Radboud Reflects lezing en gesprek met neurowetenschapper Linda Geerligs en expert ouderenzorg Marcel Olde Rikkert. Het origineel vindt u hier. Wilt u liever de video van de lezing bekijken, dan kunt u deze hier vinden.

Door Noortje Schonck

Wat gebeurt er allemaal in ons brein als we ouder worden? Wat is ons beeld van ouderdom? Wat doet dit met hoe we nadenken over ouderdom én met hoe we daadwerkelijk ouder worden? Deze vragen stonden centraal in dit uitverkochte programma van Radboud Reflects en het Donders Instituut. Zo’n tweehonderd mensen kwamen naar LUX, nieuwsgierig naar de antwoorden. Radboudwetenschappers Linda Geerligs en Marcel Olde Rikkert legden het uit in twee korte lezingen en een gesprek met programmamaker Bas van Woerkum-Rooker.

Ouderdom is achteruitgang? 

Linda Geerligs, neurowetenschapper bij het Donders Instituut, trapte af met een lezing over veranderingen in de hersenen als we ouder worden. Ze ziet dat veel mensen, ook collega-neurowetenschappers, ouderdom koppelen aan achteruitgang. “Dit beeld is wat mij betreft veel te eenzijdig,” aldus Geerligs.

Waar komt dit beeld vandaan? Geerligs legde uit dat MRI-scans laten zien dat mensen meer hersenvocht aanmaken naarmate ze ouder worden. Dat hersenvocht komt in de plaats van neuronen en hun onderlinge verbindingen. En dat laatste wordt dan gekoppeld aan achteruitgang. Maar Geerligs plaatste hier twee kanttekeningen bij. Ten eerste verschilt per persoon hoe diegene veroudert. “Die onderlinge verschillen tussen mensen zijn eigenlijk veel groter dan het effect van leeftijd,” benoemde de neurowetenschapper. Daarnaast zegt de structuur van hersenen niet altijd zoveel over de manier waarop die hersenen functioneren. Afname van activiteit in het ene deel van de hersenen kan bijvoorbeeld opgevangen worden door extra activiteit in andere hersendelen. 

Het lab versus het leven

Ook wees Geerligs op een traditioneel beeld van ouderdom dat voortkomt uit de manier van testen. Zowel het korte- als het langetermijngeheugen als de snelheid van informatieverwerking gaat achteruit als je ouder wordt. Maar, zo benadrukte Geerligs, dit soort testjes vergelijken vaak mensen van verschillende generaties, gemeten op één moment. Als we daarentegen één persoon gedurende meerdere leeftijdsfasen meten, komt er een genuanceerder beeld naar voren. En ook hier zijn er weer grote verschillen tussen individuen. 

Maar Geerligs’ belangrijkste kanttekening is dat er een belangrijke discrepantie is tussen de cognitieve taakjes die worden gemeten in een lab en het dagelijks leven. Ze wees erop dat we oudere mensen belangrijke taken geven, bijvoorbeeld het besturen van een land. Dat laten we niet aan een twintig jarige over. De reden is dat ouderen ontzettend veel kennis en ervaring met zich meenemen. Helaas wordt dat in standaard testen in het lab niet gemeten. Geerligs pleit voor een “eerlijker en holistisch beeld van veroudering.”

“Lelijk”, “knorrig” en “eenzaam”

Marcel Olde Rikkert, klinisch geriater bij het Radboudumc, sprak vanavond over hoe de omgeving, ouderen zelf en de wetenschap naar ouderen kijken. Hij ziet een stereotypering die met de paplepel ingegoten is: kinderen denken bij ouderen snel aan “lelijk”, “knorrig”, “eenzaam” of aan “in een rolstoel of tehuis”. Oorzaken daarvan zijn bijvoorbeeld beelden in sommige kinderboeken, maar ook de manieren waarop familieleden en de overheid over ouderen spreken. Daarnaast komen er veel karikaturen van ouderen voor in de media en heerst er op de arbeidsmarkt een negatief beeld van vijfenvijftigplusser, ziet de geriater. 

Olde Rikkert: “De grote paradox is: ouder worden treft iedereen, dus als je kritisch denkt en spreekt over ouderen, heb je het voortdurend over je toekomstige zelf.” Hij wees erop dat ons taalgebruik van groot belang is. We moeten dan ook letten op subtiele woordjes. Denk aan vragen aan en opmerkingen over ouderen met het woordje “nog” erin: “Loopt u nog?” Bent u nog geïnteresseerd in politiek?” Olde Rikkert legde uit dat dit soort taal tot zelfvervullende profetiëen kan leiden. En hij wees op zogenoemde ouderenspraak (elderspeak) – aanduidingen als: “bejaarde”, “pensionado”, of, betuttelend, “omaatje”. Wetenschappers spreken bij dit soort taal ook wel over linguistische beschadiging.

Positief denken

Wat zeggen ouderen zelf over het ouder worden? Erg invloedrijk zijn de dagboeken van de tachtig plusser Hendrik Groen, met uitspraken als “die oudere van hiernaast” en “ik hou ook het komende jaar niet van bejaarden”. Hier wordt een negatief beeld geschetst van ouderen door een oudere zelf. Olde Rikkert legde uit dat dit erg gevaarlijk kan zijn. Het is beter om als oudere positief te denken over de eigen veroudering. De geriater haalde onderzoek aan dat dit uitwijst: positief denken over de eigen veroudering gaat gepaard met onder andere beter herstel van hartinfarcten, een beter geheugen en minder eenzaamheid. Gelukkig zijn er, in tegenstelling tot schrijver Hendrik Groen, ook ouderen die dit actief doen, liet Olde Rikkert zien. 

Beter dan vroeger

De geriater sloot af met wat opmerkingen over het beeld van ouderdom in de wetenschap. Dat beeld is gelukkig positief. Zo blijkt dat een tachtigjarige van nu, tenminste in rijke landen zoals Nederland, ongeveer veertig procent minder kans heeft om dementie te krijgen dan iemand die in 1980 tachtig jaar was: elke tien jaar is de afname van dementie zo’n tien tot vijftien procent. Olde Rikkert: “Het gaat echt beter dan vroeger: we worden niet alleen ouder, maar worden ook ‘beter’ oud, als het gaat om IQ punten. Mensen die nu tachtig jaar zijn hebben een grotere cognitieve reserve dan tachtigers in 1980.” In het verlengde van Geerligs’ lezing legde de geriater uit dat “fluïde intelligentie”, bijvoorbeeld het aanpassen aan nieuwe omgevingen, achteruit gaat naarmate je ouder wordt. Daarentegen gaat de intelligentie die te maken heeft met het opdoen van ervaring er juist op vooruit. 

Gesprek

Na de twee lezingen gingen Linda Geerligs en Marcel Olde Rikkert verder in gesprek over ouderdom onder leiding van programmamaker Bas van Woerkum-Rooker. Zo spraken ze over het feit dat er, zowel in de maatschappij als in de (neuro)wetenschap, géén eenduidige definitie is van “oudere”. Ook ging het gesprek over de impact van gedwongen met pensioen gaan terwijl je je nog energiek genoeg voelt om door te werken, en over de gevolgen van sociale isolatie. Andere onderwerpen die aan bod kwamen waren zelfbeeld, omgang met tegenslagen en zingeving in een individualistische samenleving. En het drietal sprak uitgebreid over hoe we met zijn allen, waaronder ook zeker de ouderen zelf, een positiever beeld van ouder worden kunnen realiseren. 

Na het programma was er ruimte voor vragen van het publiek. 

Aankondiging

Wat gebeurt er met je brein als je ouder wordt? We associëren ouderdom vaak met achteruitgang en vergeetachtigheid. Maar in het brein van een ouder iemand ligt ook veel meer kennis opgeslagen dan in het brein van iemand die net om de hoek komt kijken. Bovendien zijn de ouderen van nu veel actiever en zelfredzamer dan een paar decennia geleden. Wat zijn de belangrijkste veranderingen in het verouderende brein? Verouderen we tegenwoordig anders dan vroeger? En in hoeverre zijn we anders naar ouderdom gaan kijken? Kom luisteren naar neurowetenschapper Linda Geerligs en expert ouderenzorg Marcel Olde Rikkert en denk mee over het verouderende brein. 

Wijsheid en vergeetachtigheid 

Wijsheid komt met de jaren. Net als afstervende hersencellen. Hoe kan dat samengaan? Het verouderende brein verwerkt informatie en stimuli anders dan een jong brein. En aangezien je brein al over zijn hoogtepunt heen is rond je 25ste, gaat dat ons allemaal aan. Oudere mensen hebben vaak meer kennis, maar zijn ook vergeetachtiger en kunnen minder gemakkelijk nieuwe dingen aanleren. Hoe komt dat? Waarom wordt je als je ouder wordt bijvoorbeeld zelfverzekerder? Hoe zorg je dat je brein zo jong mogelijk blijft, en moet je dat wel willen? 

Niet meer achter de geraniums

Vroeger was je op je zestigste al echt oud. Tegenwoordig zullen zelfs sommige tachtigers zich niet meer tot deze categorie rekenen. We werken veel langer door, zijn veel langer zelfredzaam, gezond en actief. Hoe verandert de manier waarop we ouder worden het imago van ouderdom? En andersom, maakt het beeld van de actieve en maatschappelijk betrokken oudere ook dat we zelf minder geneigd zijn om ‘achter de geraniums’ te kruipen? Hoe wordt er naar ouderdom gekeken in 2026, en wat doet dat met de manier waarop we ouder worden? 

Plaats een reactie